Kennisbank Ziekteverzuim in de tandartspraktijk: de Poortwachter zonder...
HR & teamZiekteverzuim in de tandartspraktijk: de Poortwachter zonder stress
Maandagochtend, kwart voor acht. De telefoon gaat: je vaste assistente is ziek, en het klinkt niet als een dagje grieperig thuis. Terwijl je in gedachten al de agenda omgooit en bedenkt wie de sterilisatie draait, dringt een tweede zorg zich op — wat moet je nu eigenlijk doen? Bellen naar de arbodienst? Een formulier invullen? En vanaf wanneer telt die stopwatch van de Poortwachter mee?
Ziekteverzuim in een tandartspraktijk voelt bijna altijd eerst als een roosterprobleem, en pas daarna als een juridisch traject. Toch is juist dat tweede deel waar praktijkhouders het vaakst tegen de lamp lopen — niet omdat ze onwillig zijn, maar omdat de stappen onbekend zijn en de eerste weken ongemerkt voorbijgaan. Zo houden wij het overzichtelijk.
Wat de Wet verbetering poortwachter van je vraagt
De Wet verbetering poortwachter (WVP) regelt hoe werkgever én werknemer samen werken aan herstel en terugkeer bij langdurig verzuim. De kern is simpel: je moet je aantoonbaar inspannen om iemand weer aan het werk te krijgen, en dat vastleggen. Doe je dat onvoldoende, dan kan het UWV aan het einde van de rit een sanctie opleggen — voor de werkgever meestal in de vorm van langere loondoorbetaling.
Belangrijk om te weten: als werkgever heb je in Nederland een loondoorbetalingsplicht bij ziekte. Op het moment van schrijven loopt die in de regel tot twee jaar, met een wettelijk minimumpercentage van het loon; wat je precies betaalt, hangt af van de cao en je arbeidsovereenkomst. De KNMT-arbeidsvoorwaardenregeling en je eigen contracten zijn hierin leidend. Reken dus niet op één vast percentage, maar check wat er in jullie situatie geldt.
De Poortwachter is geen papieren exercitie voor de bühne. Het idee erachter is goed: hoe eerder en gerichter je samen aan de slag gaat, hoe groter de kans dat iemand daadwerkelijk terugkeert. In een klein team — waar één uitvaller meteen voelbaar is — is dat ook gewoon in je eigen belang.
De ziekmelding: wat je wél en niet mag registreren
Het begint bij de ziekmelding, en daar gaat het meteen vaak mis. Je bent nieuwsgierig, je bent betrokken, en je vraagt: "Wat heb je dan precies?" Begrijpelijk — maar het mag niet.
Volgens de AVG en de richtlijnen van de Autoriteit Persoonsgegevens leg je bij een ziekmelding alleen vast dát iemand ziek is, vanaf welke datum, en of en wanneer ze denkt terug te zijn. Wat iemand mankeert, is een medisch gegeven dat je niet mag registreren en waar je niet naar hoeft te raden. Alleen de bedrijfsarts beoordeelt de gezondheidssituatie. Wat je wél mag bespreken: of iemand nog taken kan doen, of er iets is wat de praktijk kan aanpassen, en hoe je contact houdt.
Leg de spelregels rond ziekmelden vooraf vast — vanaf welk tijdstip, bij wie, en via welk kanaal. Dat hoort thuis in je personeelshandboek, zodat iedereen weet wat er van hem of haar verwacht wordt en jij niet elke keer improviseert.
De eerste weken: arbodienst en bedrijfsarts inschakelen
Zodra duidelijk wordt dat het niet bij een paar dagen blijft, komt de arbodienst in beeld. Elke werkgever met personeel is verplicht een basiscontract met een arbodienst of bedrijfsarts te hebben — die verplichting hoort bij dezelfde Arbowet die ook de RI&E voorschrijft. Voor verzuimbegeleiding is de bedrijfsarts je onmisbare partner: alleen hij of zij mag beoordelen wat iemand nog kan.
De bedrijfsarts stelt bij dreigend langdurig verzuim een probleemanalyse op: wat is er aan de hand in relatie tot het werk, wat zijn de mogelijkheden, en wat is het perspectief op terugkeer. Op basis daarvan maken werkgever en werknemer samen een plan van aanpak — de kern van het Poortwachter-dossier. Daarin staat wie wat doet, met welk doel en wanneer, en je evalueert het periodiek.
Wees voorzichtig met de exacte termijnen
De WVP kent een reeks momenten met eigen deadlines: probleemanalyse, plan van aanpak, periodieke evaluaties, en verderop de eerstejaarsevaluatie en — richting het einde van het tweede jaar — het opbouwen van het re-integratieverslag voor een eventuele WIA-aanvraag. De precieze weken en termijnen wijzigen af en toe en zijn afhankelijk van de situatie. Ik noem hier bewust geen harde getallen: laat je arbodienst het tijdpad bewaken en check de actuele stappen op de website van het UWV. Dat is precies waarvoor je die arbodienst betaalt — gebruik ze ook zo.
Re-integratie: terug naar de behandelstoel, stap voor stap
Re-integratie in de mondzorg heeft één lastig kenmerk: veel functies zijn fysiek en fijnmotorisch, en moeilijk "half" te doen. Een assistente met een polsblessure kan niet even soepel assisteren; een tandarts met rugklachten kan niet een uurtje "rustig" behandelen. Toch is er meestal meer mogelijk dan het op het eerste gezicht lijkt, en dat is precies waar de bedrijfsarts en jij samen creatief mogen zijn.
We onderscheiden grofweg twee sporen. Spoor 1 is terugkeer in het eigen werk, eventueel aangepast: minder uren, andere taken, tijdelijk baliewerk of administratie in plaats van stoelwerk, of aangepaste apparatuur. Spoor 2 komt pas in beeld als terugkeer in de eigen praktijk echt niet lukt en er buiten de organisatie naar passend werk wordt gezocht. Voor de meeste tandartspraktijken draait het gelukkig om spoor 1.
Een paar dingen die bij ons het verschil maken:
- Begin klein en concreet. Twee ochtenden telefoon en afspraakbeheer is een echte re-integratiestap, geen fooi. Bouw van daaruit op in overleg met de bedrijfsarts.
- Pas het rooster er bewust op aan. Een re-integrant hoort niet stiekem als volwaardige kracht in de planning te staan. Werk met een apart, tijdelijk patroon en communiceer dat naar het team, zodat de belasting eerlijk verdeeld blijft. Een flexibele personeelsplanning maakt zulke aangepaste opbouwschema's een stuk minder gedoe.
- Blijf in gesprek. Niet alleen op de formele evaluatiemomenten, maar ook informeel. Terugkeer is geen knop die om gaat; het is een traject waarin het even tegen kan zitten.
Denk vooraf na over hoe je de bezetting opvangt tijdens langdurige uitval — daarover schreven we in het rooster maken voor je tandartspraktijk. Een praktijk die haar planning op orde heeft, komt een periode van verzuim nu eenmaal soepeler door.
Het dossier: je belangrijkste bescherming
Als er één ding is dat ik elke praktijkhouder wil meegeven, is het dit: bouw vanaf dag één aan je verzuimdossier. Niet omdat we van papierwerk houden, maar omdat het UWV aan het einde van een langdurig traject toetst of werkgever en werknemer zich voldoende hebben ingespannen. Kun je dat niet aantonen, dan riskeer je een loonsanctie — en dan telt "we hebben er echt van alles aan gedaan" zonder onderbouwing niet.
In het dossier horen in elk geval: de ziekmelding (alleen de datum, geen medische details), de adviezen en verslagen van de bedrijfsarts, de probleemanalyse, het plan van aanpak en de evaluaties, gespreksverslagen en gemaakte afspraken over re-integratie. Houd het bij terwijl het gebeurt — achteraf reconstrueren is bijna onmogelijk en oogt bovendien ongeloofwaardig.
Let hierbij op de scheiding tussen "gewone" personeelsgegevens en medische gegevens: de medische stukken van de bedrijfsarts vallen onder een strenger regime en horen niet zomaar in het algemene personeelsdossier. Je arbodienst kan je vertellen hoe je die scheiding netjes inricht, in lijn met de AVG.
Voorkomen is beter: kijk ook naar de oorzaken
Ziekteverzuim in een tandartspraktijk is lang niet altijd griep of een gebroken enkel. Een flink deel is werkgerelateerd: fysieke overbelasting door statische werkhoudingen, en uitval door werkdruk in een volle agenda. Dat betekent dat je aan de voorkant iets kunt sturen — met goede loepbrillen en stoelen, met afwisseling in de planning, en met aandacht voor de sfeer in het team. Structureel verzuim is vaak een signaal, geen toeval.
Een functioneringsgesprek met je tandartsassistent is een natuurlijk moment om te horen waar iemand tegenaan loopt, ruim voordat het tot uitval leidt. Verzuimpreventie en goed werkgeverschap lopen hier gewoon in elkaar over.
Tot slot
Ziekteverzuim laat zich niet plannen, maar de begeleiding ervan wél. Regel een deugdelijk basiscontract met je arbodienst, spreek af hoe er wordt ziekgemeld, schakel de bedrijfsarts op tijd in, en bouw vanaf de eerste dag aan een dossier dat je bij het UWV overeind houdt. De Poortwachter voelt als een last zolang je hem niet kent; ken je de route, dan is het vooral een houvast — voor jou én voor de medewerker die weer terug wil.
De exacte termijnen, percentages en formulieren wijzigen periodiek. Laat het tijdpad bewaken door je arbodienst en controleer de actuele stappen bij het UWV, de KNMT en de Nederlandse Arbeidsinspectie. Zo hoef je op die maandagochtend niet te weten wat je zieke assistente mankeert — alleen wat jouw volgende stap is.
Veelgestelde vragen
Moet ik als tandarts weten wat mijn zieke assistente mankeert?
Nee, en je mag er zelfs niet naar vragen. Bij een ziekmelding registreer je alleen dát iemand ziek is en of ze kan werken, niet de aard of oorzaak van de klachten. De medische beoordeling is voorbehouden aan de bedrijfsarts. Dit volgt uit de AVG en de regels van de Autoriteit Persoonsgegevens.
Wanneer moet de bedrijfsarts in beeld komen bij langdurig verzuim?
In de regel schakel je de arbodienst of bedrijfsarts al vroeg in als een medewerker langer dan een paar weken uitvalt of als de terugkeer onzeker is. De bedrijfsarts stelt een probleemanalyse op die de basis vormt voor het plan van aanpak. Houd de exacte termijnen aan die je arbodienst en de actuele Wet verbetering poortwachter voorschrijven.
Wat gebeurt er als ik de Poortwachter-stappen niet goed volg?
Als het UWV na twee jaar oordeelt dat werkgever of werknemer onvoldoende aan re-integratie heeft gedaan, kan een loonsanctie volgen: je moet dan doorgaans nog een periode loon doorbetalen. Een compleet en actueel re-integratiedossier is je belangrijkste bescherming. Controleer de actuele regels bij het UWV en je arbodienst.
Telt ziekteverzuim ook voor een oproepkracht of parttimer?
Ja. De loondoorbetalingsplicht en de Poortwachter-verplichtingen gelden voor iedereen met een arbeidsovereenkomst, ook parttimers en in veel gevallen oproepkrachten. De precieze uitwerking hangt af van het contract; laat je bij twijfel adviseren door je arbodienst of een arbeidsjurist.
Benieuwd hoe dit er in de praktijk uitziet?
MyDentApp is één app voor je hele tandartspraktijk — rooster, uren, HR, compliance en meer, naast je EPD. Bekijk rustig de prijzen (vanaf €109/mnd, alles inbegrepen) of laat je persoonlijk rondleiden.
Plan een persoonlijke demo